LEZINGEN

 

 

De vereniging organiseert in de wintermaanden van oktober tot en met april iedere maand met uitzondering van december een lezings/vertelavond in het Museumkerkje van Schokland. Wij proberen ieder jaar een breed scala van onderwerpen aan te dragen waar voor elk wat wils is te vinden. Deze avonden zijn voor iedere belangstellende gratis te bezoeken. De aanvang is 20.00 uur

 

De lezingen voor het seizoen 2011-2012

20 oktober 2011

Spreker is Dhr. Leo Voorberg

"Waterschappen en Inpolderingen"

De heer Leo Voorberg heeft als waterstaatkundige gewerkt bij Rijkswaterstaat en het voormalige Waterschap Noordoostpolder. Tevens was hij docent Waterbouwkunde en Adviseur Waterkeringen.

Thans is hij fractielid voor de ChristenUnie/SGP in de Gemeenteraad van de Gemeente Noordoostpolder. 

 

Een jaar geleden op 14 oktober 2010 gaf Leo Voorberg in het Museumkerkje van Schokland een lezing over het sluiten van de ringdijk om de Noordoostpolder op 13 december 1940. Nu zal hij op Schokland komen vertellen over de geschiedenis van het Waterschap Noordoostpolder en de rol van het waterschap tijdens de inpoldering van de NOP. 

Voorb

17 november 2011

Spreker is Dhr. Kees Bolle

"Droogmakerij en Polderhistorie"

Kees Bolle is historisch verteller. Hij woont al zo lang in de Noordoostpolder dat hij over veel onderwerpen uit de polderhistorie boeiende verhalen weet te vertellen. Tegenwoordig is hij ook vrijwilliger voor museum Nieuw Land in Lelystad. Daar assisteert hij onder andere bij het digitaliseren van historische documenten.

 

Als je zoals hem de historie van de Noordoostpolder gaat bestuderen kom je automatisch in de Wieringermeer terecht en vervolgens in de Haarlemmermeer. De Haarlemmermeer is erg van invloed geweest op de gang van zaken in de nog aan te leggen IJsselmeerpolders

 

De Wieringermeer heette aanvankelijk de Noordwestpolder. Dat zet de naam Noordoostpolder wat in perspectief. Verder komen in de lezing van Kees Bolle de diverse aspecten van de ontginning en bewoning en opbouw van de polders aan de orde.Kees Bolle is historisch verteller. Hij woont al zo lang in de Noordoostpolder dat hij over veel onderwerpen uit de polderhistorie boeiende verhalen weet te vertellen. 

Tegenwoordig is hij ook vrijwilliger voor museum Nieuw Land in Lelystad. Daar assisteert hij onder andere bij het digitaliseren van historische documenten.

 

Als je zoals hem de historie van de Noordoostpolder gaat bestuderen kom je automatisch in de Wieringermeer terecht en vervolgens in de Haarlemmermeer. De Haarlemmermeer is erg van invloed geweest op de gang van zaken in de nog aan te leggen IJsselmeerpolders

 

De Wieringermeer heette aanvankelijk de Noordwestpolder. Dat zet de naam Noordoostpolder wat in perspectief. Verder komen in de lezing van Kees Bolle de diverse aspecten van de ontginning en bewoning en opbouw van de polders aan de orde.

KeesB

 

19 januari 2012

Spreker is Dhr. René van der Ploeg

"Roofvogel werkgroep N.O.Polder"

Meer dan 8 jaar geleden begon de Werkgroep Roofvogels Noordoostpolder met het inventariseren van de roofvogelpopulatie in de Noordoostpolder. Er zijn inmiddels 8 leden actief in deze werkgroep. Het gaat in het werkgebied voornamelijk om soorten als de Bruine Kiekendief, de Buizerd, de Havik, de Torenvalk en de Sperwer. Leden van de Werkgroep zorgen er onder andere voor dat de jongen van de roofvolgelpopulatie worden geringd. Alle nestgegevens worden in de landelijke databank van de Stichting Ornithologisch Vogelonderzoek Nederland (SOVON) en de Werkgroep Roofvogels Nederland (WRN) ondergebracht. Op Schokland komen ze vertellen over hoe het is gesteld met de roofvogelpopulatie in de Noordoostpolder en wat de verwachtingen zijn voor deze populatie in de toekomst.

 

 

16 februari 2012  Deze lezing is verzet naar 15 maart 2012

Spreker is Dhr.Prof. Dr.Gerard van de Ven

"Rivieroverstromingen"

Professor Gerard van de Ven is hoogleraar Waterstaatsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn specialisme zit bij het onderwerp Rivieroverstromingen. 

Nederland is al eeuwen bezig om zich te verdedigen tegen overstromingen van de zee. Nu met de Deltawerken de meeste dreiging van de zee is ondervangen krijgt Nederland direct te maken met die andere dreiging voor overstromingen: rivieren. De afgelopen jaren waren er inderdaad vaker berichten over het buiten de oevers treden van onze talloze rivieren dan over het binnendringen van de ons omringende zee.

VenG

 

15 maart 2012   Deze lezing is verzet naar 16 februari 2012

Spreker is Dhr. Jan Wester

"Land van Vollenhove"

Jan Wester is werkzaam bij het Cultuur Historisch Centrum in Vollenhove. Daarnaast is hij een bekende en veelgevraagde gids in Vollenhove. Zijn kennis over het Land van Vollenhove is uitgebreid. Bovendien is hij een aangenaam verteller die ook de anekdotes uit het verleden van deze vroegere Bisschopszetel niet uit de weg gaat. Daarnaast weet hij vanalles te vertellen over de Havezates (ridderhofsteden) die Vollenhove rijk is, zoals Plattenburg, Marxveld, Lindenhorst en Toutenburgh.

 

19 april 2012 Jaarvergadering

 

De lezingen voor het seizoen 2010-2011

 

14 oktober 2010

Spreker is Dhr. Leo Voorberg

"70 jaar geleden laatste sluitgat in N.O.P. dijk gesloten"

De heer Leo Voorberg is voormalig wethouder van de N.O.Polder maar heeft als waterstaatkundige zijn werk gehad bij Rijkswaterstaat en het Waterschap.en was docent Waterbouwkunde en Adviseur Waterkeringen.

Hij zal ons vertellen over de dijkbouw van de N.O.Polder

 

11november 2010

Spreker is Dhr. Jan Mulder Deze lezing is gecanceled vanwege het slechte weer. en is verplaats naar 13 januari 2011

"Driesterrenkwaliteit in de ruimtelijke ordening van Noordoostpolder!!

Van geldkist naar schatkist!"

W  Woont in de NOP sinds 1-9-1970

Geboren in het Reestdal (de grens tussen Drenthe en Overijssel)

28 jaar werkzaam geweest bij de Rijksoverheid.

(Min. Van Landbouw-Natuur en Voedselkwaliteit) 

20 jaar actief in lokale politiek w.o. Raadslid – Fractievoorzitter en 8 jaar Wethouder.

Huidige leeftijd 67 jaar.

·         Maakt zich zorgen over:

De bescherming vanuit het Algemeen Publiek belang van Ruimtelijke kwaliteit (incl. Cultuurhistorie) in de NO-polder. Als wij niet meer op de lokale politiek kunnen rekenen, springen dan de Vrienden van Schokland in de bres?

·         De inleiding zal o.a. gaan over:

De Cultuurhistorie in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit in de NOP. Wie en waarom moeten opkomen voor onze werelderfgoed kwaliteit, Architectuur met een kwaliteitstoets en voldoende beschermde monumenten?

Waarom doen wij zo weinig sociaal-cultureel onderzoek in de NOP. In de periode 1942-1960 hadden we hadden we goed sociologisch onderzoek? Waarom nu niet meer.De machtigen en invloedrijken in de NOP richten hun pijlen te veel op éénzijdige economische en financiële belangen behartiging!

Jan heeft de wijsheid niet in pacht, maar wil graag zijn opvattingen met u delen en ter discussie stellen.

 

13 januari 2011

Spreker is Dhr: Jeroen Onderwater Deze lezing is verp[aatst naar 10 maart 2011

"Abel Tasman, Columbus van de lage landen?"

Jeroen Onderwater (1963) is historicus, ondernemer en docent geschiedenis aan de OSG Winkler Prins in Veendam. In zijn vrije tijd is hij voorzitter van het bestuur van het Abel Tasman Kabinet in Lutjegast, het enige Abel Tasman museum in Nederland (www.abeltasman.org). In de zomer van 1642 vertrokken in opdracht van de VOC en onder leiding van de in dat dorp geboren en getogen Tasman 110 mannen op twee kleine schepen uit Batavia om het grote, mythische Zuidland te zoeken. Het werelddeel Australië was één van de laatste stukken wereld die nog niet vanuit Europa in kaart was gebracht. Resultaat was dat Tasman in 1642 en 1643 als eerste Europeaan grote delen van Tasmanie en Nieuw-Zeeland in kaart bracht. Desondanks heeft hij zich geen prominente plaats in de Nederlandse geschiedenis kunnen verwerven. Reden genoeg om leven en werken van deze wereldberoemde zoon van het Groninger  land onder de aandacht van een breed publiek te brengen en het debat over zijn plaats in de geschiedenis weer eens stevig op te rakelen.

 

10 februari 2011

spreker is Dhr: Paul Rademaker

Bischoppelijke dijkbrief van 1308”  

Geschiedenis van het Waterschap Salland. Die plaatsaanduiding geeft de grenzen aan van het gebied waarvoor het waterschap in de dijkbrief van 1308 de verantwoordelijkheid kreeg: vanaf het stroompje de Hunnepe, dat ten zuiden van Deventer in de IJssel uitkwam en dat later de Dortherbeek zou heten, tot voorbij Wilsum. Wat deed het water met de Sallandse bodem, hoe veranderde de waterhuishouding door ingrijpen van de mensen. In de Sallandse dijkbrief van 1308 is de waterscheiding aangeduid met 'die scheydinghe van den lande' om dijk en belanghebbend gebied in tweeën te kunnen splitsen. Omdat volgens de brief ook 'heemraden', kenners van het eigen gebied, de bisschop adviseerden ging het niet in de eerste plaats om een kerspelgrens. In 1308 was de waterscheiding, zoals nog zal blijken, nog niet doorsneden met weteringen richting Zwolle.

 

10 maart 2011

Spreker is Dhr: Kees Bolle Deze lezing vervalt dit jaar.

“2000 jaar Droogmakerij en polderhistorie”

Kees Bolle noemt zich tegenwoordig Historisch verteller en heeft zich verdiept in de historie van v.n.l. De Noordoostpolder. Hij is ook vrijwilliger bij het Nieuwland Erfgoed in Lelystad, waar hij studie heeft gedaan naar de boerderijenbouw in de NOP. Maar hoe meer je leest hoe omvangrijker je interesse word en zo heeft hij zich veel meer toegelegd op de totale NOP historie. En natuurlijk kom je dan veel meer tegen en zodoende is hij teruggegaan naar het begin van onze watergeschiedenis ruwweg zón 2000 geleden. Toen zijn we op terpen gaan wonen. Hij zal in vogelvlucht de eerste 1000 jaar verdedigen en de tweede 1000 jaar verdedigen en land aanwinnen vertellen en zodoende voert hij u mee naar de huidige Zuiderzeewerken. Waarvan dan v.n.l. de NOP zal worden behandelt.

 

14 april 2011 JAARVERGADERING

Na het oficieele gedeelte zal spreken Mevr: Jannie Bakker-Rietman

"Dialecten in de kop van Overijssel"

Jannie Bakker-Rietman (1953) in Genemuiden geboren en opgegroeid. Het dialect van Genemuiden is dan ook haar moedertaal. Na haar studie Nederlands aan de universiteit in Groningen keerde ze naar haar geboorteplaats terug en daar woont ze nog steeds. Tijdens haar studie raakte Jannie geïnteresseerd in streektalen. Organisatorisch raakte zij door de jaren heen dan ook betrokken bij tal van streektaalactiviteiten en –organisaties als de Gællemuniger Taelkrink (waar zij mede-oprichtster van is), de SkrieverBond Overiessel en de IJsselacademie. Ook werkte zij mee aan het Handboek Nedersaksische Taal- en Letterkunde en aan het Woordenboek van de Overijsselse Dialecten. Zelf schrijft Jannie zowel proza (verhalen, columns) als poëzie in het dialect van Genemuiden. Van haar hand verscheen in 1995 de gedichtenbundel ‘Meer geliek as eigen’.Verhalen van haar hand zijn in diverse verzamelbundels opgenomen en haar columns verschenen jarenlang in het regionale dagblad De Stentor.

 

De lezingen voor het seizoen 2009/2010

15 oktober 2009

Spreker is de heer:Gerard Corjanus en Theo Grootjen.

"ONTRUIMING VAN SCHOKLAND"

De Heer Corjanus en Theo Grootjen zijn beiden resp. bestuurslid en voorzitter van de Schokkervereniging. In deze vereniging is veel onderzoek gedaan en kennis vergaard over de Schokker geschiedenis. In de zomer van 2009 wordt er een drama herdacht dat uniek is in de Nederlandse geschiedenis. Precies 150 jaar geleden, in juni 1859, verliet de complete bevolking van Schokland het eiland. Nadat een jaar eerder een wetsvoorstel ter ontruiming van Schokland door het parlement was goedgekeurd, moesten de Schokkers – ruim 600 gezinshoofden met hun familie – nu elders een nieuw bestaan gaan opbouwen. Hoewel het eiland niet aan de golven van de Zuiderzee werd prijsgegeven, betekende 1859 wel het einde van de bewoningsgeschiedenis van Schokland, die teruggaat tot in de Middeleeuwen. Deze geschiedenis, door Bruno Klappe en Wim Veer beschreven in hun nieuwe boek "SCHOKLAND VERLATEN", een recronstructie over de ontruiming van 1859, Dit boek zal als leidraad dienen voor hun beider verhaal.De heer Corjanis is een boeiend en humoristisch verteller en zijn bijdrage zal voornamelijk gaan over de laatste 50 jaar van de bewoning op schokland. De heer Grootjen zijn verhaal zal meer een uitleg zijn van de officieele stukken en gebeurtenissen. Dit belooft een boeiende avond te worden dus komt allen

 

19 november 2009

Spreker is de heer:G. Zwanenburg.

"BERGING VLIEGTUIGWRAKKEN IN FLEVOLAND"

Gerrit J. Zwanenburg (Harlingen 1928) nam na bevrijding als oorlogsvrijwilliger dienst bij het Korps Mariniers. Aanvankelijk om Indië te bevrijden, maar diende uiteindelijk in 1946-’47, als radioman bij de Mariniers Brigade op Oost-Java. In deze periode werd hij opgeleid tot radio-telegrafist. In februari 1948 keerde hij terug naar Nederland en voltooide in 1949 met succes een opleiding voor het rijkscertificaat voor radio-telegrafist aan de Zeevaartschool in Groningen. In 1950 startte hij een 17 jarige carrière als telegrafist bij de Marine Inlichtingendienst. In 1962 kwam Zwanenburg door een berging in Amsterdam in contact met de Koninklijke Luchtmacht, omdat zijn kennis van veel waarde bleek bij het bergen en indentificeren van neergestorte vliegtuigen uit de 2de wereldoorlog, bleef hij er in zijn vrije tijd bij betrokken totdat hij in 1967 over kon stappen van de Marid naar de KLu waar hij als Bergingsofficier de leiding kreeg van het bergen van vliegtuigen, zowel die uit de oorlogsperiode, als eigen vliegtuigen, straaljagers, die tussen 1967 en 1987 verloren gingen. Na de dienstperiode legde Zwanenburg zich weer toe op de luchtvaarthistorie W02 en heeft toen de kroniek "En nooit was het stil" samengesteld, die is uitgegeven door de Kon. Luchtmacht. Tot op heden is hij nog steeds werkzaam in de historie, nu met luchtvaarthistorisch onderzoek ten behoeve van uit te voeren werkzaamheden voor Rijkswaterstaat, ProRail, Provincies en ook gemeenten Baarn. 12 augustus 2009 PS. De lezing is op 19 november 2009 en het zal op 25 november precies 63 jaar geleden dat ik in Indie bij een aanval op kampong Sawahan door het oog van de naald ben gekropen! We waren met 16 man op een hoek toen daar vier mortiergranaten tussen ons neerkwamen! Een dode, enkele zwaargewonden (waarvan een de volgende dag nog overleed) enkele lichtgewonden en vier zonder een schrammetje! Ik was een van die vier. Ik denk toch een beetje historisch aangelegd te zijn, want ik heb ook een boekje geschreven over mijn tijd bij de Marbrig op Oost Java.

 

21 januari 2010

Spreker is mevr:Lenie Bolle.

"URK IN OORLOGSTIJD"

Na haar afstuderen sociale historie is Lenie Bolle als wetenschappelijk medewerkster bij het “Nieuwland Erfgoed”in Lelystad gaan werken. Maar tijdens haar studie was zij een van de drijvende krachten van de stichting “Urk in oorlogstijd” Voor deze stichting heeft zij de gehele website van tekst voorzien een boek geschreven en een lespakket samengesteld. Haar afstudeerwerk was een studie over de “Kinderen van NSB ers.” Een verguisde en vergeten groep in onze samenleving. De lezing zal dus gaan over de wetenswaardigheden en feiten die door haar dosieronderzoek aan het licht zijn gekomen.

 

18 februari 2009

Spreker is de heer:J. Weststrate.

"DE ZUIDERZEESTEDEN IN DE LATE MIDDELEEUWEN"

De Zuiderzeesteden in de late middeleeuwen. Het ontstaan van een regionale stedengroep binnen de Hanze. Veel mensen denken bij de Hanze aan een machtig en hecht verbond van Duitse en Oost-Nederlandse handelssteden die in de middeleeuwen de handel op de Oostzee en Noordzee domineerden. Het historisch onderzoek van de laatste jaren heeft echter laten zien dat er veel valt af te dingen op die hechtheid. De verschillende leden van de Hanze waren het vaak grondig oneens over zaken als handelspolitiek, belastingen, de aanpak van concurrenten van buiten de Hanze, of over de relaties met de politieke machthebbers rond de Oost- en Noordzee. De uiteenlopende opvattingen kwamen concreet tot uiting in de vorming van regionale subgroepen in de Hanze, die alle opkwamen voor hun eigen specifieke regionale belangen. Een van deze hanzeatische regionale stedengroepen was die van de Zuiderzeesteden. Niet alleen steden als Kampen, Deventer, Zutphen en Zwolle, maar ook plaatsen in Holland en Zeeland werden aanvankelijk tot deze groep gerekend. In de lezing zal worden ingegaan op de manier waarop deze Zuiderzee-stedengroep in de veertiende eeuw is ontstaan en hoe vervolgens de samenstelling ervan wijzigde als gevolg van politieke, militaire en economische ontwikkelingen. Waarom bleven sommige Zuiderzeesteden binnen het verband van de Hanze optreden en kozen andere steden voor een eigen weg? in Scandinavie.

 

18 maart 2010

Spreker is mevr:Alice Overmeer.

"ONDERWATER ARCHEOLOGIE"

Alice Overmeer studeerde Pre-and Protohistorie van Noordwest-Europa aan de Universiteit van Leiden. Na haar studie werkte ze ruim 5 jaar als onderwaterarcheoloog in het archeologisch duikteam van RACM Lelystad, inmiddels de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geheten. In 2005 begon ze met een promotieonderzoek naar laat-middeleeuwse scheepsbouwontwikkelingen in Noordwest-Europa (Universiteit Groningen / Nieuw Land Erfgoedcentrum). Over de lezing: De lezing zal gaan over onderwaterarcheologie in Nederland. Onderwaterarcheologie is een relatief jonge tak van de archeologie in Nederland. Het is een moeilijk vakgebied, enerzijds vanwege het troebele water en harde stromingen, anderzijds vanwege de Nederlandse wetgeving en bezuinigingen op dit gebied. Ik zal iets vertellen over het ontstaan en de geschiedenis van de Nederlandse nderwaterarcheologie. Ook de specifieke methoden en technieken die onder water gebruikt worden om onderzoek en opgravingen te doen komen aan bod. Daarnaast wordt kort aandacht besteed aan de conservering en restauratie van voorwerpen die opgedoken worden. Ten slotte zullen enkele scheepswrakken die in Nederlands water liggen en onderzocht zijn, aan de hand van wat foto’s en tekeningen, besproken worden. .

 

19 april 2009 Jaarvergadering

Spreker is mevr./de heer:

 

 

De lezingen voor het seizoen 2008/2009

16 oktober 2008

Spreker is de heer:H. Scheerboom.

"ZWEFKEIEN EN HUN VERHAAL"

36 jaar geleden zat de heer Scheerboom met zijn vrouw in het oude gebouw op Schokland aan de lestafel van de heer Hellinga. Daar hebben ze ook de fam. Baken leren kennen, die van de heer Hellinga de opdracht kreeg om in Zweden, Finland en Noorwegen gesteenten monsters van het herkomstgebied middels geologische kaarten te gaan opzoeken. Ze hebben daar erg veel van geleerd. Na het overlijden van de heer Hellinga heeft de heer Scheerboom zijn les geven overgenomen met de gesteenten monsters uit de collectie, die inmiddels verzameld zijn en op Schokland op de gesteentezolder liggen. Op de universiteit in Utrecht heeft hij 30 jaar onder leiding van de heer Kees Maijer, petroloog, les gekregen in het bekijken van mineralen, in slijpplaatjes van gesteenten monsters. Ook voor de heer Hellinga gaf hij soms uitsluitsel of de determinatie van zwerfstenen juist was. De laatste jaren is de heer Scheerboom en zijn vrouw zelf naar Zweden en Noorwegen geweest om de locaties te bekijken, waar de gesteenten monsters vandaan komen. Bij het opzoeken van de stenen monsters, werd hun aandacht ook getrokken door rotstekeningen, planten, kerken, en oude meteoriet inslagen van o.a. 89 milj. jaar geleden. Van al deze bezigheden hebben zij dia's gemaakt en zal de heer Scheerboom ons meenemen op zijn "ontdekkingsreizen" in Scandinavie.

 

20 november 2008

Spreker is mevr:Marijke Traast-Bos.

"VISSERIJVERLEDEN VOLLENHOVE"

De aankoop in 2006 van de VN66 door de stichting ’t Venose Skutien bracht een botter in de haven die hier vele jaren geleden als vissersboot ankerde. Als symbool van vervlogen tijden is het een aanwinst. Bij het zien van een dergelijk schuitje rijst meteen de vraag: Hoe werd er aan boord geleefd en wat kwam er allemaal bij kijken om het beroep van visser uit te oefenen. Wat had dit voor consequenties voor de achterblijvers? Marijke Traast zal proberen, in deze lezing, deze vragen te onderzoeken vanuit het perspectief van de Vollenhover visserij. Een boekje over dit onderwerp is in mei van dit jaar verschenen in de reeks kunst en cultuur van Steenwijkerland en uitgegeven door de IJsselacademie. Tot ziens in november in het kerkje te Schokland.

 

15 januari 2009

Spreker is de heer:Paul van Olm.

"Geologie van Nederland"  Met wat nadruk op Schokland en omgeving.

Op deze avond staat de geologie centraal. De geologische processen die leiden tot klimaatsveranderingen en het optreden van warme en koude tijden worden uitgelegd. De gevolgen van die afwisseling hebben grote gevolgen gehad voor het ontstaan van het Nederlandse landschap zoals we dat nu kennen. Dat geldt ook voor Urk en Schokland. Dat waren tot 1942 eilanden in de Zuiderzee. Ze hebben hun ontstaan te danken aan de keileem die er in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, werd afgezet. Het Scandinavische landijs bereikte toen zijn grootste omvang en schoof ook over Noord- en Midden-Nederland. De gletsjers voerden grote hoeveelheden keien en leem mee als morene materiaal. De uiterst stugge keileem is waterondoorlatend en zeer resistent tegen erosie. Keileemvoorkomens bleven vaak als verhogingen behouden ondanks de erosieve krachten die er later op in werkten. Na de Saale-ijstijd volgde een warme tijd, het Eemien, en de zee kwam terug en de glaciale afzettingen werden aan mariene erosie blootgesteld. In de daaropvolgende tijd, de laatste koude tijd, het Weichselien, breidde het landijs zich weer uit en daalde de zeespiegel sterk. Het ijsfront bereikte Nederland echter niet. Wel heerste er een poolklimaat. We stellen ons het landschap voor als een pooltoendra met een eeuwig-bevroren bodem (permafrost).De Poolwinden hadden vrij spel. Eolische erosie en uitblazing van zanden en fijner materiaal kwam op grote schaal voor.

Het klimaat verbeterde vanaf 10.000 jaar geleden en de huidige warme tijd, het Holoceen, brak aan. De zeespiegel steeg weer, maar de zee bereikte Flevoland pas aan het eind van het Holoceen. De Overijsselse Vecht was een belangrijke afwateringsrivier die in Bergen aan Zee in de Noordzee uitmondde. Deze rivier, ontstaan in het oerstroomdal vóór het landijsfront, stroomde langs Schokland. Op de oeverwallen en rivierduinen van vroegere rivierarmen van de Overijsselse Vecht vinden we in de Noordoost Polder en in Oostelijk Flevoland de sporen van de eerste menselijke bewoning. De oudste bewoners waren jagers en vissers van de Swifterbant-cultuur uit 4000 voor Christus. Het loofbos verdronk vanaf 2300 voor Chr. en de mens verdween. De omstandigheden werden ideaal voor veengroei en zowel Schokland als Urk ontwikkelde zich tot grote veengebieden. Pas rond het jaar 1000 n Chr. keerde de mens in het hoogveengebied terug. Maar tussen 1200 en 1600 drong de zee steeds heftiger het gebied binnen en ontstond het Flevomeer dat later uitgroeide tot de Zuiderzee. De grote veeneilanden werden steeds verder door de zee geërodeerd en werden steeds kleiner. In de 19e eeuw moest de mens de strijd op Schokland opgeven en werd wat er van het eiland over was op last van koning Willem II in 1859 ontruimd. Urk met een hogere keileem kern bleef wel als vissersdorp behouden.

 

19 februari 2009

Spreker is de heer:Remco van Diepen

"De Noordoostpolder en de Nederlandse voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog"

In augustus 1941, middenin de Tweede Wereldoorlog, vielen de eerste delen droog van de Noordoostpolder. In de jaren daarna trokken tienduizenden mannen naar de polder om het nieuwe land te ontginnen en rijp te maken voor de teelt van onder andere tarwe, rogge, koolzaad en aardappelen. Vanaf begin 1943 hoorden vele polderwerkers tot de categorie van de ‘preventieve onderduikers’. Deze arbeiders waren naar de Noordoostpolder getrokken om te voorkomen dat zij in het kader van de Arbeitseinsatz naar Duitsland zouden worden gestuurd. Aan het einde van de oorlog was 18.000 hectare poldergrond ontgonnen. Dat de Noordoostpolder kon worden aangelegd en (deels) ontgonnen is mede te danken aan de steun die de Duitse bezetter gaf aan de voorzetting van dit project. Die steun is opmerkelijk, aangezien aanleg en ontginning van de polder een kostbare zaak was en bovendien de inzet vergde van veel mankracht, materiaal en materieel. Het enthousiasme van sommige Duitse instanties voor het project was zelfs zo groot, dat zij de aanwezigheid van de preventieve onderduikers (inclusief een kleine groep joden) maandenlang door de vingers zagen. Steunden de Duitsers de ontginning van de Noordoostpolder omdat zij het voedsel dat daar werd verbouwd voor hun eigen bevolking wilden gebruiken? Of kwamen de rogge, de tarwe, de aardappelen en de koolzaad die in de Noordoostpolder werd verbouwd ten goede aan de Nederlandse voedselvoorziening, zoals ir. Cornelis Lely, de vader van het Zuiderzeeproject, het had bedoeld?

 

 

19 maart 2009

Spreker is de heer:Tjeerd de Jong

"Hannekemaaiers en kiepkerels"

Welvaart en werkgelegenheid.

Tegen het einde van de 16` eeuw gingen de handel en industrie in Nederland met sprongen vooruit. Vooral na de ontdekking van de zeeweg naar Oost-Indië beleefde Nederland gouden tijden. De opbloei van het economische leven had, voornamelijk in de steden, een overmaat aan werkgelegenheid tot gevolg. Aangezien daar onvoldoende arbeidskrachten voorhanden waren, moest de bevolking van het platteland wel te hulp komen. En omdat er met dat werk in de steden goed geld was te verdienen, kozen velen op de duur de stad als vaste woonplaats. Het gevolg was, dat er op het platteland een tekort aan werkvolk ontstond. Men moest dus aan andere hulp zien te komen. Het drong daarom al spoedig tot onze oosterburen door dat er in "das steinreiche Holland" geld te verdienen was. Dat kwam goed van pas, want bij hen heerste veel armoe als gevolg van oorlogen, verwoestingen en overbevolking.

  

Geleidelijk kwam er dan ook van het platteland van Westfalen een trek naar ons land op gang. Vooral nadat in 1648 door de Vrede van Munster voor Nederland een einde was gekomen aan de 80-jarige oorlog en voor Westfalen aan de dertigjarige oorlog. De trekarbeid naar Holland was financieel erg interessant, want men verdiende daar in korte tijd aanzienlijk meer dan in het eigen land. De trek van de Hannekmaaiers bleef tot ongeveer het begin van de eerste wereldoorlog voortbestaan. De komst van kunstmest en de opbloeiende industrie, ondermeer van de scheepsbouw bij Papenburg maakte dat de Duitsers ook dichterbij huis een inkomen konden verwerven. Tjeerd de Jong afkomstig uit Noord-Friesland heeft een studie gemaakt over de “Trekwerkers”. en natuurlijk hebben zoveel mensen, soms wel 30.000 per jaar, over een zolange periode, hun sporen nagelaten in de Nederlandse geschiedenis. Hij zal ons meenemen langs het pad van de Hannekemaaiers en hun wederwaardigheden.

 

 

19 april 2009 Jaarvergadering

Spreker is de heer:Hans Hollestelle

"Laatste dernkeling van Schokland"  Neergestorte piloot in WoII.

De laatste drenkeling van Schokland

De laatste dode die op het eiland Schokland aanspoelde was geen visser maar was een piloot. Op 20 augustus 1940 werd in het water bij Schokland het lichaam aangetroffen van een piloot van de Royal Air Force. Het bleek te gaan om de Canadese piloot William Frank Tudhope. De ringdijk van de Noordoostpolder was reeds gesloten, maar in de diepere gedeelten ten westen van de lijn Lemmer-Emmeloord-Ens stond alles nog onder water. In 1952 meldde de vader van W.F. Tudhope zich bij de politie in Kampen om het graf van zijn zoon Bill te bezoeken. Politie inspecteur Mannus Koers heeft J.H. Tudhope zowel het graf laten zien als het voormalige eiland Schokland, waar Bill's lichaam ooit aanspoelde.Het vliegtuig waarin Tuhope vloog, een tweemotorige Handley Page Hampden I, is nooit teruggevonden. Er is bekend dat er nog drie bemanningsleden moeten zijn geweest. De resten zullen nog ergens in het IJsselmeer liggen. Tudhope was in juli 1940 onderscheiden met de Distinguished Flying Cross (DFC) vanwege een zeer moedig uitgevoerde aanval op de haveninstallaties van Wilhelmshaven bij Hamburg. In de late avond van zondag 10 augustus vertrok Tudhope vanaf vliegveld Hemswell in Lincolnshire, Engeland voor een bombardementsvlucht naar Homberg, vlak onder het Ruhrgebied in Duitsland. Hij is hiervan nooit teruggekeerd. Waarschijnlijk is hij onderweg door een Duitse nachtjager onderschept en boven Schokland neergeschoten.

William Frank Tudhope werd op 27 augustus 1940 onder grote publiek belangstelling en in aanwezigheid van burgemeester Oldenhof van Kampen met Duitse militaire eer begraven op de algemene begraafplaats van Kampen in IJsselmuiden

 

De lezingen voor het seizoen 2007/2008

18 oktober 2007

Spreker is de heer

Frits Laarman

”Opgravingen op Spitsbergen”

 

In de eerste helft van de 17e eeuw werd er in de wateren rond Spitsbergen op walvissen en met name de Groenlandse walvis gejaagd. De gevangen walvissen werden o.a. op de kust van Amsterdam-eiland verwerkt tot traan. Het plaatsje dat daar ontstond werd Smeerenburg genoemd. In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw werden door het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen een drietal expedities ondernomen om de resten van Smeerenburg en de Nederlandse walvisvaarders te onderzoeken. Frits Laarman nam deel aan de laatste expeditie en zal aan de hand van dia’s iets vertellen over de walvisvaart rond Spitsbergen en de opgraving van Smeerenburg en daarnaast enige impressies van natuur en omgeving van de site.

  

 

 

15 november 2007         

Spreker is de heer: Willem van Norel

"Elburg en zijn visserijverleden"

 

Willem van Norel heeft vanaf 1980 diepgravend onderzoek verricht naar het visserijverleden van Elburg. Daartoe interviewde hij ongeveer 60 oud-vissers en mensen die werkzaam zijn geweest in de nevenbedrijven zoals de scheepswerf, de touwslagerij en de mandenmakerijen. Voor zijn onderzoek raadpleegde Van Norel vele archieven. Dit alles resulteerde in drie boeken: ’t Is Blak (1983), Vissers van Elburg (1985) en Historie van de Elburger vissersvloot (1999). Verder publiceerde de Elburger historicus talloze artikelen in diverse tijdschriften. Tijdens de lezing zal de film Terugkeer naar Schokland worden vertoond. In deze documentaire vertelt de Elburger visserman Jan Jansen (1909-2002) over zijn ervaringen op het voormalige eiland Schokland. Daarnaast vertoont Van Norel een aantal prachtige dia’s. Het belooft een boeiende avond te worden. U bent van harte genodigd!   

 

17 januari 2008

"Een wandeling door de geschiedenis van Urk"

DIASERIE URK door Jaap Bakker.

Een boeiend verhaal over Urk. Een voormalig eiland in de Zuiderzee, dat grote veranderingen meemaakte toen het omarmd werd door dijken. Op 3-10-1939 werd Urk eiland af. De visserij, zo was men van mening, bood geen toekomst meer en Urk zou een slapend dorpje worden aan dood water met ongeveer 3000 inwoners. Wie visserman wilde blijven moest maar verhuizen naar de Noordzeekust en wie op Urk bleef wonen moest zich omscholen voor werk in de agrarische sector op het Nieuwe Land, de Noordoostpolder. Urk legde zich niet neer bij de plannen en bleef zee kiezen. Nu op het IJsselmeer de mogelijkheden beperkt werden, gaf men uitbreiding aan de Noordzeevisserij en zo ontstond, tegen de verwachtingen van planologen in, "Het Wonder van Urk". Nu een plaats met 17400 inwoners, met de modernste vissersvloot en grootste afslag voor platvis van Europa. Een welvarend dorp dat waakzaam blijft om blijvend brood uit het water te kunnen halen. De diaserie toont de verandering op het vroegere eiland tot heden. De afsluiting van de Zuiderzee, de tradities en gewoonten, de klederdracht, de huisjes, met prachtige nostalgische beelden hoe de mensen woonden, de wasdag, de visserij activiteiten, het Urker dorpsleven en vele andere facetten.Jaap Bakker doorspekt zijn verhaal met vele humoristische anekdotes. Voor zijn cultureel werk in Flevoland werd aan Jaap Bakker de Lelyprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds toegekend. Hij schreef o.a. het boekje "Humor schept evenwicht". een boekje met vele anekdotes over de Urkers, dat bij de lezingen voor 10,95 euro te koop is. We gaan zien hoe zich de visserij ontwikkelde van botter tot moderne kotter, van armoede naar rijkdom, maar ook dat de vis duur betaald wordt. Het vissersmonument en de daarmee verbonden tragiek. De koorzang en de geloofsbeleving van een volk dat met de zee verbonden is. Kortom u maakt een wandeling door de geschiedenis van Urk. Een verhaal waaraan u plezier kunt beleven en lang in de herinnering zal blijven. U mag het niet missen!

 

21 februari 2008              

Spreker is de heer: Henk Pruntel

 

Titel lezing:"Gij zijt geroepen het nieuwe land te bevolken met heiligen"

De beginjaren van het Katholisisme in de Noordoostpolder 1941-1965

 

Op 9 december 1942 viel de Noordoostpolder officieel droog. De lezing gaat over de komst van de eerste katholieken naar de Noordoostpolder en hun pogingen om in deze polder een eigen katholieke maatschappij op te bouwen. Een mijlpaal was ongetwijfeld de bouw van een ‘polderkathedraal’ in Emmeloord, de Heilige Michaëlkerk, die op 23 oktober 1956 door de bisschop van Groningen, monseigneur Nierman, werd ingewijd. De Noordoostpolder zou een agrarische bestemming krijgen. De kolonisatie van deze polder vond hoofdzakelijk plaats in de periode 1947-1958, toen de overheid hier de agrarische bedrijven uitgaf. De uitgifte vond dus plaats in een tijd waarin de Nederlandse samenleving zeer verzuild was. Zo werd de Noordoostpolder in katholieke kringen vooral gezien als een gebied waar de katholieken door de komst van katholieke boeren en landarbeiders hun eigen plek moesten verkrijgen. Dit streven werd gesteund door de regering, want deze had verklaard er naar te zullen streven dat de bevolking van de Noordoostpolder een afspiegeling zou worden van de Nederlandse samenleving. Toch was de opbouw van een eigen katholieke samenleving in de Noordoostpolder een moeizame aangelegenheid. Was in 1947 het katholieke aandeel in de Nederlandse bevolking 38,5%, in 1957 bedroeg dit aandeel in de Noordoostpolder slechts 28%. In de lezing zal nader worden ingegaan op de mogelijke oorzaken van het geringe aandeel van de katholieken in de Noordoostpolder.  

 

13 maart 2008  

Filmavond

”Diverse oude filmbeelden”

 

19 april 2008

Jaarvergadering. - Frouk-Alice Weijs (Sint-Jansklooster, schrijft/ leest voor komische stukjes , m.n. over haar gezin): in haar eigen dialect.